Het gebeurd niet zo vaak, dat je binnen minder dan veertien dagen je gelijk op een presenteerblaadje krijgt aangedragen, maar dat is wel wat me de afgelopen dagen overkomen is na de bijdrage 'Tijdbom'. In een aantal artikelen in de Volkskrant werd fijntjes uit de doeken gedaan hoe de mens beetje bij beetje, meer bewust dan onbewust de rest van de diersoorten uit het aardse bestaan wegdrukt. Het vereist nog wat leescapaciteit tussen de geschreven regels door maar in feite regent het bevestigingen.
Bij opmerkingen als
"Gemiddeld komen elk jaar 52 soorten gewervelden (op de lijst) een stap dichter bij uitsterven door verlies aan leefgebied, overbevissing of invloed van binnendringende soorten."(1)
is er natuurlijk weinig fantasie nodig om te bedenken welke soort hier waar binnendringt, overbevist of leefgebied van anderen inpikt. Natuurlijk verdringen een paar Amerikaanse indringers gelijksoortige Europese varianten uit hun natuurlijke niche en dat zal vast ook op andere continenten gebeuren, maar er is maar één beest wat met z'n platvoeten (zoals sterke bevolkingsgroei en grootschalige ontbossing) alle anderen soorten overal (!) aanzet tot vertrekken en/of creperen.
En dan mogen "Gewervelde dieren slechts 3 procent vormen van alle soorten in de natuur, maar ze zijn vaak dragende sleutelsoorten in een ecosysteem." (1) en door hun verdwijning zal "De ruggengraat van de biodiversiteit worden aangetast"(1). Waar het werkelijk omgaat gaat is, dat van die 3%, die door gewervelden in beslag worden genomen binnen de natuurlijke soortenrijkdom in het dierenrijk, er één beest is, dat in z'n eentje dankzij of ondanks het feit dat het een sleuteldrager mag wezen in hoog tempo de hele aardkloot naar de verdoemenis helpt door zijn ongebreidelde vermenigvuldiging en daarbij vergeet dat sleutelrollen in het verleden al vaker zijn uitgewisseld ....
De werkwijze van deze onmogelijke dierlijke variant, die zich graag met de naam 'mens' boven de rest verheft, staat mooi beschreven in een artikel over de trek van de Gnoes in de Serengeti. De Serengeti is een wild- resp. natuurpark dat floreert dankzij z'n onbereikbaarheid:
"Dit is het meest ongerepte deel van het park. Hier is nauwelijks bebouwing, weinig stroperij door de slechte bereikbaarheid en geen ander geluid dan dat van schreeuwende vogels en grazend wild."(2)
Het park is groot, dat is prettig voor alle beesten, die er vertoeven en dat zijn er veel meer dan de Gnoes van het artikel maar er is één beest, wat last van heeft van het park: De mens. Het park ligt in de weg! Er moet een weg komen en waarschijnlijk wel meerdere, want de mens wil overal kunnen gaan en staan met z'n gemotoriseerde draagezels en natuurlijk zo snel mogelijk, dus meerdere banen breed en graag dwars door alles heen. Zo ook door de Serengeti.
De pro's:
"Als de weg komt, komen er ook hotels en restaurants. Dat is goed voor de economie. Bovendien kunnen de bewoners in het noordwesten dan sneller naar het ziekenhuis. De lokale bevolking is er blij mee."(2)
De contra's:
"De gnoes steken een rivier vol krokodillen over, dus een asfaltweg is voor hun migratie geen belemmering. Maar de overlast is wel een probleem. Een weg trekt verkeer, stropers en bebouwing aan. En geluid. Ook 's nachts."(2)
De aanpak:
"Als ze hier in het noorden een asfaltweg aanleggen, komt er over een paar jaar (toch) ook een in Centraal, daar kun je donder op zeggen."(2)
Gemakshalve wordt in dit soort gevallen altijd de schuld of drijvende kracht gezocht bij een aantal boosaardige individuen die alleen uit zijn op het vullen van hun eigen zakken. In feite is dat echter zelden het geval en dat wordt mooi gedemonstreerd bij een onderzoek naar het effect van de populariteit van de Japanse sushi (bestaan er ook andere?).
De vis in de sushi is vnl. kweekvis muv de tonijn. Mn de blauwvintonijn verdwijnt 'en masse' in het Japanse hapje van wereldformaat. Vraag overtreft aanbod en stroperij is het gevolg, maar dan een schaaltje of wat groter dan de buurman die af en toe ergens een haas heeft 'gevonden'. Nee:
"De enorme vraag naar Japanse sushi zorgt voor een zwarte markt in tonijnvlees ter waarde van miljarden euro's. Overheden knijpen een oogje dicht, ondanks de vrees voor uitroeiing van de soort. Dat is de conclusie van een zeven maanden durend onderzoek van het Internationaal Consortium van Onderzoeksjournalisten dat zondag is gepresenteerd.
Het onderzoek besloeg tien landen, maar vond vooral overtredingen in Frankrijk. De overheid zou daar welwillend samenwerken met vissers, om te knoeien met de officiële vangstcijfers."(3)
Zo strepen we vrolijk verder op de lijst van de "Tien kleine diersoortjes" en ooit, ooit zetten de laatste potentiële slachtoffers een dikke vette streep door de mens.
Artikelen:
1. Aantal bedreigde diersoorten neemt snel toe. (VK: 27/10/2010)
2. De grote oversteek van de gnoes. (VK: 27/10/2010)
3. Enorme zwarte markt voor tonijn. (VK:07/11/2010)